Welke wet- en regelgeving geldt voor internationaal transport?

13 september 2022
5 minuten
Arno Ermers

Om ervoor te zorgen dat chauffeurs onder de juiste arbeidsomstandigheden hun werk kunnen doen en om de veiligheid van het goederentransport via het wegennet te waarborgen, zijn er diverse wetten en regels opgesteld. Mede hierdoor kan ook eventuele oneerlijke concurrentie in de transportsector tegen worden gegaan.

Voor verschillende transportmogelijkheden zoals het transporteren van chemicaliën of andere gevaarlijke stoffen zijn transportbedrijven genoodzaakt zich te houden aan internationale en nationale regels. Deze regels en wetten zijn vastgelegd in de Wet Goederenvervoer over de Weg. Hierin wordt verschil gemaakt in transport door middel van eigen vervoer en beroepsvervoer.

Eigen vervoer versus beroepsvervoer

Onder eigen vervoer verstaan we het met vrachtwagens transporteren van goederen die afkomstig zijn van of bedoeld zijn voor een eigen onderneming. Wanneer een bedrijf bijvoorbeeld haar eigen grondstoffen gaat ophalen voor de productie of zelf het eindproduct naar de consument brengt, wordt gebruikgemaakt van eigen vervoer. Hier vallen ook detailhandelaren onder die zelf goederen bij een groothandel ophalen of verkochte producten zelf transporteren naar de klant.

Met beroepsvervoer wordt het transport met vrachtwagens bedoeld tegen een vergoeding. Meestal zijn dit transportbedrijven of koeriersdiensten die transportklussen uitvoeren in opdracht tegen betaling. Voor beroepstransport is een vergunning verplicht, welke aangevraagd kan worden bij de NIWO: Stichting Nationale en Internationale Wegvervoer Organisatie. Veel van deze ondernemingen hebben eigen chauffeurs in dienst. Voor hen geldt dat het verplicht is de chauffeurs op de loonlijst te hebben staan, dat chauffeurs een verklaring van dienstbetrekking hebben ontvangen, dat chauffeurs zijn aangemeld bij het UWV en dat de loonbelastingverklaring is opgestuurd naar de Belastingdienst. Voor bedrijven die geen eigen chauffeurs in dienst hebben, is het ook mogelijk tijdelijk chauffeurs aan te nemen door middel van collegiale inleen of door een erkend uitzendbureau in te schakelen.

Veel vergunningen

Een internationaal transportbedrijf is verplicht om aan een heleboel vergunningen, certificaten en papierwerk te voldoen. Sommige van deze wetten zijn binnen de Europese Unie vastgesteld, andere worden weer landelijk geregeld. Er zijn een tal van voorbeelden, maar hieronder lichten we enkele certificaten en vergunningen uit.

CEMT-vergunning

Een CEMT-vergunning dient ter aanvulling op de eurovergunning en geldt dus alleen voor ondernemingen die via de weg goederen transporteren met transportmiddelen van meer dan 500 kilogram. Dit geldt in zowel in het binnenland als in de Europese Unie. Door middel van de CEMT-vergunning, is het een transportbedrijf toegestaan naar 44 landen te transporteren. Hieronder vallen alle 27 Europese landen en 17 andere landen. Deze 17 andere landen zijn:

  • Albanië;
  • Armenië;
  • Azerbeidzjan;
  • Bosnië-Herzegovina;
  • Georgië;
  • Liechtenstein;
  • Noord-Macedonië;
  • Moldavië;
  • Montenegro;
  • Noorwegen;
  • Oekraïne;
  • Rusland;
  • Servië;
  • Turkije;
  • Wit-Rusland;
  • IJsland;
  • Zwitserland.

Om een CEMT-vergunning te verkrijgen, dient een transportbedrijf wel aan de noodzakelijke eisen te voldoen. Wanneer een onderneming deze vergunning heeft ontvangen, is de vergunning vervolgens 1 jaar geldig.

Ritmachtigingen

Een CEMT-vergunning is ook wel een alternatief voor ritmachtigingen en termijnmachtigingen. In sommige gevallen, voornamelijk bij transport naar landen buiten de EU, dient een transportbedrijf een aanvullende ritmachtiging aan te vragen. Zo’n machtiging is geldig voor één heen- en retourrit, mits deze direct aansluitend is. Ook kan een transportbedrijf ervoor kiezen een termijnmachtiging aan te vragen. Deze zijn een jaar geldig en beschikbaar voor bepaalde landen.

Overige regels

Naast diverse vergunningen, certificaten en papierwerk dienen transportbedrijven ook rekening te houden met andere wetten en regels. Neem bijvoorbeeld de regelgeving rondom de rij- en rusttijden van chauffeurs. Deze regels staan in een Europese verordening vermeldt. Nederland heeft deze regels zelfs opgenomen in de wetgeving onder het ‘Arbeidstijdenbesluit vervoer’.
Verder heeft de transportsector voor chauffeurs een CAO Beroepsgoederenvervoer. Hierin staat de relatie beschreven tussen werkgever van een transportbedrijf en een chauffeur in loondienst. Daarbij staat er in het CAO ook het minimumloon van chauffeurs in deze sector.

Naast diverse regels om chauffeurs te beschermen, heeft de wet ook een vervoersovereenkomst en -voorwaarden opgesteld. Deze komen van pas wanneer een verlader en een vervoerder van goederen een transportovereenkomst aan willen gaan. Deze voorwaarden worden dan vaak als uitgangspunt gebruikt, zodat vervoerders of verladers deze niet meer zelf op hoeven te stellen. Voor Nederland zijn de standaard vervoerscondities vastgelegd in de Algemene Vervoerscondities 2002 (AVC).

Voor buitenlandse transportopdrachten volstaat de AVC niet en gelden de zogenaamde CMR voorwaarden. CMR staat voor Convention Relative au Contrat de Transport International de Marchandises par Route. Dit is een verdrag waarin de internationale regels staan vermeld over het transporteren van goederen over de weg waarbij landsgrenzen worden gepasseerd.

De nieuwe regels van het Europese mobiliteitspakket

Om arbeidsomstandigheden en arbeidsvoorwaarden van chauffeurs te verbeteren, een gelijk speelveld te creëren voor ondernemers die internationaal handelen, een effectievere en efficiëntere handhaving op het gebied van transport te bieden en om de verkeersveiligheid te verbeteren, heeft de Europese Unie een Europees mobiliteitspakket bedacht. Hierin staan regels voor het internationaal transport vastgesteld. Enkele nieuwe regels uit het Europees mobiliteitspakket zijn al ingegaan. Sommige regels gaan later van start.

Vanaf 20 augustus 2020 zijn er nieuwe regels ingegaan voor de rij- en rusttijden van vrachtwagenchauffeurs. Vrachtwagenchauffeurs mogen voortaan op kosten van hun werkgever in een geschikt onderkomen rusten en chauffeurs mogen minstens één keer per vier weken terug naar huis.
Op 2 februari dit jaar is het verplicht geworden dat chauffeurs elke grensovergang die zij overgaan registreren met een zogenaamde tachograaf. Daarnaast is het vanaf 21 februari 2022 voortaan verplicht dat vrachtwagens na de laatste cabotagerit vier dagen geen andere cabotageritten meer uitvoeren. Ook is het vanaf die datum voor vrachtwagens verplicht iedere acht weken na internationale transportopdrachten terug te gaan naar huis. Verder moeten transportbedrijven vanaf 21 februari 2022 administratief personeel, kantoorruimten en technische voorzieningen hebben in het vestigingsland. Dit om brievenbusfirma’s tegen te gaan. Op 21 mei dit jaar hebben voortaan ook vrachtwagens boven de 2500 kilogram een eurovergunning nodig voor internationaal transport. Voorheen gold dit alleen voor vrachtwagens van meer dan 3500 kilogram.

Al deze regels zijn al van start gegaan. Het Europees mobiliteitspakket heeft echter nog enkele nieuwe regels vastgesteld die in de toekomst in werking zullen treden. Zo is het vanaf 21 augustus 2023 verplicht dat nieuwe transportmiddelen zijn voorzien van een slimme tachograaf type 2 (SMT2). Daarnaast moeten alle vrachtwagens op 31 december 2024 zijn voorzien van een slimme tachograaf, in plaats van een analoge of digitale tachograaf. Als laatste moeten vrachtwagenchauffeurs vanaf 31 december 2024 in staat zijn minimaal 56 rij- en rusttijden te laten zien.

Freight Frame

Join the

Front row

Deze website is (nog) niet geoptimaliseerd voor weergave in landscape modus.
Houd je mobiel rechtop om de staande modus te gebruiken.